Gedichten

Spoetnikkijken in het Zocherplantsoen

Spoetnikkijken in het Zocherplantsoen

Een bronzen man tuurt naar de hemel, naast hem z’n kleine bronzen hond.
De spoetnikkijker, vermeldt het opschrift. Hoog daarboven zijn satellieten
en planeten op drift, ook als de zon schijnt over Utrecht

Je zit hier in een gesmokkeld half uur, een uitgespaard moment
terwijl verderop de tijd vliegt en rent en hijgt, vlak langs en achter je
Stil sluipt het licht tussen de bomen

Om de hoek de sterrenwacht, dus de tijd gaat hier wat zachter en ook de ruimte
zit te dromen. De spoetnikkijker blijft alert, op de achtergrond gedempt verkeer
een kinderstem en wat sirenes

Maar de spoetnik is allang in de dampkring verbrand. Die rare ruimtebal
met een kleine hond erin viel zo uit het heelal. Het beest op de sokkel kijkt naar
de grond; nog steeds doet het pijn

Dingen verdwijnen soms zomaar. Kijk hoe de stad steeds van straatbeeld verschiet
Hoe vernieuwing postvat in sloop en nieuwe steen. Hoe lang houdt de singel
dit nog bijeen? Teveel geschiedenis voor een krap half uur

De zon verwarmt de bronzen rug . Je legt je hand erop. Misschien is dat wel
geluk: stug geloven dat iets blijvend is, bij alles wat vergaat. En dat je dat ziet
als je hier maar lang genoeg staat