Verhalen

De Pokémonprofessor

De Pokémonprofessor

We staan voor een etalage met spellendozen. Op de ruit staat ‘Subcultures’ geschreven. Dit is de eerste van vier spellenwinkels aan de Oudegracht. Ik werp een laatste blik naar de overkant van het water. Kafé België. Daar hing ik vroeger tot diep in de nacht aan de bar, toen ik nog geen kinderen had. Speciaal bier was toen nog speciaal. Ik wil net voorstellen even een verfrissing te nemen, maar mijn zoon duwt de winkeldeur al open. We lopen de pijpenla in. Mijn ogen moeten wennen aan het donker. Het enige licht in de winkel komt van een glas in lood raam achterin, met daarop een spartelende vis. Het ruikt naar karton en jongenszweet.

Langzaam zie ik dat de muren zijn bedekt met kasten vol spelletjesdozen met namen als Starwars, Game of Thrones en Civilisation. Zijn dat geen films? Aan de rechterkant zit een kleine verhoging, waar je met drie treden kunt komen. Daar bevinden zich nog meer dozen, ze reiken tot aan het plafond. Links tegen de wand is de toonbank met de kassa. Daarachter hangen de zakjes en dozen waar het mijn zoon om te doen is. ‘Kijk’, zeg ik, ‘Daar is dat gele hondje Pokémon’

'Dat is niet Pokémon', zegt mijn zoon met nauwelijks verholen ergernis. 'Dat is Pikachu. En het is geen hondje.'

Hij kijkt beschaamd naar de jongeman achter de toonbank, die eruit ziet of hij een bètastudie volgt. De jongen stelt zich aan mij voor als de Pokémonprofessor.

‘Hoe is het met je deck?’, vraagt de professor, mij verder negerend. ‘Heb je er nog aan gebouwd?’

Mijn zoon haalt zijn map met kaarten uit zijn rugzak en legt hem op de toonbank. ‘Ik heb er wat energy aan toegevoegd’, zegt hij, bladerend door de map. Hij wijst een paars monster aan. ‘En ik heb Nidoking. Hij doet 150 schade.’

‘Zo, dat is een mooie. Die moet je niet ruilen op het schoolplein’, zegt de professor.

Mijn zoon knikt. Op het schoolplein wisselen de Pokémonkaarten grif van eigenaar.

De professor heeft meer advies: ‘Denk je aan je verdediging? Heb je bijvoorbeeld een Magnemite in je deck? Die verlamt je tegenstander.’

Mijn zoon bladert verschrikt door zijn map met kaarten.

‘Die zit vaak in deze pakjes’, gaat de professor verder, terwijl hij drie Pokémonpakjes van het rek achter zich haalt en ze op de toonbank uitstalt. ‘Maar je weet natuurlijk nooit zeker of hij erin zit.’

Mijn zoon houdt de pakjes even in zijn hand. Hij probeert te voelen of de Magnemite erin zit.

‘Je mag ze wel even wegen’, zegt de jongen schappelijk. ‘De Magnemite is metallic, dus hij is net iets zwaarder.’

‘Anders koop je ze toch alle drie’, breng ik in. ‘Dan zal hij er vast wel inzitten.’

De professor kijkt moeilijk. ‘Ja dat zou op zich ook kunnen.’

Goed, ik bemoei me er verder niet mee. Mijn zoon houdt de pakjes een voor een op zijn vlakke hand, en weegt. Achterin de winkel zie ik ineens een smalle tafel staan, met daarop een bordspel. Twee jongens zijn druk bezig met een boekhouding van kaarten, houtjes en pionnen. Een van de jongens is vroeg kalend, maar compenseert dat door zijn resterende haar lang te laten groeien. De ander heeft flink overgewicht. Er staan twee blikjes cola op tafel. Ze zullen wel geen vriendin hebben.

‘Weet je het al?’, vraag ik. Mijn zoon heeft nog geen beslissing genomen. Ik heb trek in een biertje. ‘Weet je wat, laat je zakgeld maar zitten. Ik betaal ze alle drie wel.’

De professor slaat de pakjes aan op de kassa. ‘Dat is dan dertien euro vijftig.’

Nu is het mijn beurt om te schrikken. Dertien en halve euro? Dat is vier en halve euro per pakje kaarten, van een Japanse tv-serie die al ouderwets was toen ik nog studeerde. Dat is voor mijn zoon vierenhalve week zakgeld. Per pakje. Ik zucht, en pak mijn pinpas.

Buiten ritst hij de pakjes open en bladert door de kaarten. Hij schreeuwt het uit. Tranen rollen over zijn achtjarige wangen. Geen Magnemite.

‘Kom, dan halen we een koude chocolademelk’, sus ik hem. 'Daar, in dat gezellige cafeetje aan de overkant.'

En ik trek hem weg van het donkere hol, naar de kroeg waar niemand zonder vriendin hoeft te zitten. We verdrinken zijn verdriet in België.